Curriculumdifferentiatie en het 1B-traject.

Waarop baseren we ons?

Decretale eindtermen

Dit zijn de minimumdoelen die de overheid noodzakelijk en bereikbaar acht voor onze leerlingen. Met minimumdoelen wordt bedoeld: een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes. Om het getuigschrift lager onderwijs te behalen, moet een leerling op het einde van het zesde leerjaar minstens de eindtermen bereiken.

Koepelgebonden leerplannen

De decretale eindtermen worden ‘geconcretiseerd’ en uitgewerkt in verschillende leerplannen. De daarin opgenomen leerplandoelen en leerlijnen zijn bedoeld als ‘te zetten stappen’ om de eindtermen te (kunnen) behalen.

Een leerplandoel gaat vaak verder of wordt meer geconcretiseerd dan de eindterm. Sommige oefeningen kunnen dus weggelaten worden omdat het gekoppelde leerplandoel meer vraagt dan de eindterm. 

Curriculumdifferentiatie

Wat is curriculumdifferentiatie?

  • Vanaf het vierde leerjaar.
  • Focus op het behalen van de eindtermen.
  • Toewerken naar een getuigschrift basisonderwijs.
  • Afgestemd op mogelijkheden v.d. rekenzwakke leerling.

Hoe ga ik aan de slag met curriculumdifferentiatie?

In de handleiding hebben we bij elke les op de achterzijde van de REDICODIS-pagina de eindtermen opgelijst.  Zo heb je als leraar onmiddellijk een duidelijke kijk op de decretale minimumdoelen.

Vervolgens geeft Reken Maar! per basisles aan welke oefeningen je eventueel kunt weglaten zonder dat de beoogde eindterm(en) in het gedrang komen. De oefeningen die behouden blijven, focussen op de eindtermen om het getuigschrift lager onderwijs te behalen.

Het gaat hier telkens om suggesties. Het blijft natuurlijk de keuze en de deskundigheid van de leraar om in te schatten wanneer en voor welke leerlingen bepaalde oefenstof wordt weggelaten.

Ten slotte geven we bij elke les aan welk ander oefenmateriaal ingezet kan worden om de beoogde minimumdoelen bij die les te behalen.

Schermafbeelding bij les 32 van het vijfde leerjaar.

Het 1B- of vlottraject

Wat is het 1B-traject?

  • Vanaf het vijfde leerjaar.
  • Voorbereiden op een vlotte overgang naar 1B.
  • Toewerken naar een getuigschrift behaalde doelen.
  • Voorzien aangepast oefen- en toetsmateriaal.

Welke materialen kan ik hiervoor inzetten?

VLOTJES:
  • Vervangen oefeningen uit het werkschrift.
  • Dezelfde leerstof op een ander verwerkingsniveau.
  • Volgen de nummering van de lessen in het werkschrift.
  • In de Zorgmap of in de differentiatiemodule op Bingel.
VLOTTOETSEN:
  • Een variant van de gewone bloktoets.
  • Aangepaste opgaven indien nodig.
    Sluiten aan op het oefenniveau van de Vlotjes.
  • In de Toetsmap of in de differentiatiemodule op Bingel.

Hoe ga ik aan de slag met het 1B-traject?

In de handleiding hebben we bij elke les op de achterzijde van de REDICODIS-pagina de eindtermen opgelijst. 

Voor het 1B-traject voegen we eraan toe op welke (delen van de) eindterm je precies moet focussen om een vlotte overgang naar 1B mogelijk te maken. Dit betekent dat (een deel van) de oefeningen uit het werkschrift vervangen worden door alternatieve oefeningen of een vlotje

Waar mogelijk laten we de leerlingen bij het begin van de les aansluiten bij de instructiegevoelige of -afhankelijke groep. 

Schermafbeelding bij les 32 van het vijfde leerjaar.

Toch nog een vraag? Stel ze dan rechtstreeks aan het Reken Maar!-team via rekenmaar@vanin.be

Scroll naar top