Tips bij de instap- en basisles.

De instaples

De eerste les in elk blok is een geval apart… Je herkent de instaples aan de gele bladzijde in het werkboek. Ze is facultatief en biedt je heel wat kansen om het groepsgevoel te versterken en te werken aan de persoonsgebonden ontwikkeling van jouw leerlingen.

Kinderen kijken écht uit naar de instaples; ze frissen in spelvorm de gekende leerstof op waar het blok verder op bouwt. Zo hoef je tijdens de volgende lessen minder tijd uit te trekken om te herhalen wat de leerlingen al (moeten) kennen. En reken maar dat ze hun best doen; tijdens de spelvormen worden de kinderen beloond met een tip, een punt … Die hebben ze nodig om het doel van het spel te bereiken!

Doordat de kinderen tijdens de instaples in heterogene groepjes samenwerken aan een gemeenschappelijk doel, ervaren ze samen succes. Als het goed loopt, leren de kinderen met en van elkaar en wordt het groepsgevoel versterkt.

Een vaste structuur bij elke les

Elke les uit onze handleiding wordt overzichtelijk geplaatst binnen de leerlijn en is opgebouwd volgens een vaste structuur waarin telkens 4 lesfasen te herkennen zijn: start, kern, verwerking en afronding. Elke les is volledig uitgeschreven en biedt je elke les opnieuw een herkenbare houvast.

We staan in even stil bij deze vaste structuur en nummeren enkele onderdelen die elke les terugkomen.

Klik in het linkermenu om door de verschillende bladzijden van de voorbeeldles te bladeren.
Onder de voorbeeldles vind je bijkomende informatie per nummer.

Klik op de onderstaande nummers om meer informatie te krijgen bij de bijhorende nummers op de voorbeeldles.

De les focust telkens op één onderwerp.

In de marge vind je een duidelijk overzicht van:

  • De duur van de les
  • Leerlijnen die aan bod komen
  • Alle materialen die je bij de les nodig hebt
  • De rekentaal en andere woorden die mogelijk extra aandacht vragen

De belangrijkste doelen die in de les gerealiseerd worden, opgedeeld in nieuwe doelen en doelen die ingeoefend en/of geautomatiseerd worden.

Aangezien leerplandoelen onderhevig zijn aan veranderingen, vind je de meest actuele leerplandoelen steeds terug via jouw digitale planner of op Bingel. We wisselen daarenboven deze doelen ook uit met alle verschillende agendaleveranciers.

Elke les heeft zijn eigen plaats in de leerlijn. De letter geeft aan waar het in de les vooral om draait:

N= nieuwe leerinhouden,
I = inoefenen,
A = automatiseren

Via het bordboek projecteer je niet alleen de oefeningen en de oplossingen van het werkschrift op je digitale bord. Je vindt er ook een heleboel tools waarmee je jouw instructie kunt ondersteunen.

Met de interactieve les in het bordboek verhoog je de betrokkenheid van de leerlingen en ondersteun je jouw instructie en het begeleid oefenen aan het digitale bord. Pictogrammen geven aan wanneer je een scherm van de bordles kunt tonen.

De start kun je zien als een aandachtstrekker of smaakmaker. Meestal combineert die een korte terugblik, bv. een (flits)oefening aan het bord, eventueel gekoppeld aan een wedstrijdje, met een oriëntatie op het lesonderwerp, vaak in de vorm van een voor de leerlingen herkenbare probleemstelling.

Een interactieve en directe klassikale instructie in combinatie met begeleid klassikaal oefenen in het werkschrift, zodat de leerlingen een houvast hebben wanneer ze de leerstof straks zelfstandig verwerken.

Dit wil immers niet zeggen dat je als leerkracht de hele tijd zelf aan het woord bent terwijl de leerlingen absorberen, integendeel. Ze werken actief mee aan deze instructie- en inoefenfase, door alleen, per twee of in kleine groepjes naar strategieën en oplossingen te zoeken en die aan het bord voor te stellen, door opgaven aan het bord op te lossen en daarbij de oplossingsweg te verwoorden …

Reken Maar! ondersteunt je in het realiseren van een viersporenbeleid. De leerstof wordt door de instructieonafhankelijke, instructiegevoelige en instructieafhankelijke groep op een verschillende manier verwerkt.

Een korte klassikale afsluiter, een moment om:

  • terug te blikken en de leerstof nog een laatste keer vast te zetten;
  • de ervaringen van de leerlingen met het verloop van de les en het zelfstandig werk te evalueren;
  • oplossingen van enkele (context)oefeningen klassikaal te bespreken; dat mogen verdiepingsoefeningen zijn: ook leerlingen die daar niet aan toe komen, kunnen daar iets van meepikken;
  • de leerlingen warm te maken voor wat komen gaat of al aan het denken te zetten over een nieuwe probleemstelling …

Toch nog een vraag? Stel ze dan rechtstreeks aan het Reken Maar-team via rekenmaar@vanin.be

Summary
Scroll naar top